Van de werkvloer: Verwende kleine gasten

Sinterklaas is weer voorbij maar er staan nog een aantal cadeaus op het kantoor voor een jongetje en een meisje. Zij hebben meegedaan aan een wedstrijd bij ons. Mijn collega zegt: “Richard, het jongetje dat heeft gewonnen, zit beneden te eten met zijn vader en broertjes.” Ooh, top dan kom ik eraan met zijn cadeau.

Ik pak zijn cadeau en loop richting zijn tafel. Ik houd er op mijn aller vrolijkst een verhaal over Sinterklaas en dat Sinterklaas zijn tekening het allermooist vond en daarom aan mij gevraagd heeft dit cadeau aan hem te geven. De beste knul kijkt me aan met een gezicht van: ja, ja het zal wel. Ik overhandig het cadeau en zijn vader moest de jongen erop attenderen dat bedanken wel zo fijn is. Het gemompel nam ik maar aan voor ‘bedankt’.

Of het nog niet gek genoeg was besloten hij en zijn broertjes een warming-up te gaan doen. Het restaurant en dan voornamelijk de bovenverdieping was het trainingsveld. Met een hoop gegil en bravoure, om 09.30 uur in de ochtend, gingen de jonge knapen tekeer. De overige gasten die er zaten waren zich zichtbaar aan het ergeren aan deze jonge heren. Ik en mijn andere collega’s waren het zo zat. Ik besloot naar de vader te gaan, die lekker zijn ochtend krant aan het lezen was, en zei: “Ga ik handhaven? Of u?” Wat ik toen als antwoord kreeg deed mijn hele pedagogische wereld en mijn opvoeding schudden op zijn grondvesten. “Nee hoor, wij voeden onze kinderen vrij op. Wij willen ze niet belemmeren in hun ontwikkelingen door telkens maar aan te geven wat ze niet mogen doen. Kinderen zijn vrije geesten die je moet laten gaan. Wij zullen nooit nee zeggen want daardoor raken ze emotioneel in de war.”

Er gingen twee dingen door mijn hoofd op dat moment. 1. Is dit een grap? 2. Wil je een klap voor je hoofd? Maar goed, er mocht niets van gezegd worden. Ik ben toen maar langs de tafels gelopen van de overige gasten om aan te geven dat er niets van gezegd mag en gaat worden. Gasten keken mij, enerzijds lachend, anderzijds ongeloofwaardig aan. “Meneer, zou ik alstublieft nog een appelsap van u mogen?” hoor ik naast mij. “Natuurlijk” zeg ik tegen het kleine meisje. Hulde aan de ouders die nog wel kunnen opvoeden!

Van de werkvloer: Het wordt nu niet meer druk..dacht je

In de horeca heb je drukke en rustige dagen. Maar eerlijk gezegd weet je eigenlijk nooit of het vandaag nou heel druk gaat worden of juist heel rustig. Een ding weet ik wel, je kan het maar beter druk hebben dan dat je niets te doen hebt.

Van de week was ik aan het werk. Druk weekend achter de rug. Je hoopt dat stiekem dat het vandaag een rustige dag wordt. Een dag waar je je even kan richten op schoonmaakwerkzaamheden in plaats van met gasten bezig zijn. Voor de afwisseling is dat ook wel eens lekker. Het begon inderdaad ook als een zeer rustige dag. Zo rustig dat je moet hopen dat de lunch nog druk wordt, anders kunnen er gewoon mensen naar huis en sluit je lekker met twee man. Bijna 12 uur, het begint wat drukker te worden maar schijn bedriegt, het wordt niet echt druk. Om 14.00 uur gaan de twee opendiensten naar huis. Je redt het echt wel met drie man. Je gaat weer lekker verder met je opruim- en schoonmaakwerkzaamheden. Heerlijk, denk je bij jezelf. Even een relax dagje ertussen.

Je hoofd gaat al op sluimerstand en er zit nog maar één tafel binnen. Je kijkt even op de klok en je ziet dat je nog 1,5 uur moet voordat je gaat sluiten. En dan gebeurt het. De ene na de andere gast kom binnen en voor je het weet zit je helemaal vol. En dan moet jij jezelf uit sluimerstand halen om weer actief te worden. Nou dat is verrekte moeilijk als je al de hele dag niets te doen hebt. Het is zelfs zo druk dat het met drie man op de vloer ineens heel krap wordt.

Gelukkig zijn de gasten lekker ongeduldig en mag je gelijk gaan rennen voordat ze weer boos opstappen. Je schudt met je hoofd en denkt bij jezelf: Even serieus, 16.30 uur, waar komen jullie allemaal in eens vandaan? Heel soms denk je wel eens of het een grap is. Dat ze allemaal om de hoek van de straat gaan wachten en denken: “Ja, nu met ze allen naar binnen.” Een troost, de tijd is nu je beste vriend. Gewoon even de wedstrijd uitlopen.

Van de werkvloer: de druk bij grote partijen

Soms heb je van die dagen dat je weet: vandaag hebben we 2 grote partijen welke gemanaged moeten worden én het wordt een drukke dag. Je komt op werk aan en je merkt dat het ‘full packet’ is. Je wordt als het ware mee genomen in de stroom van drukte. Knop om en naar een briefing gaan over de twee partijen waar jij vandaag verantwoordelijk voor bent.

Check, is het laatste wat je zegt nadat alles met je door is genomen. Je loopt naar de keuken en legt jouw ’plan de campagne uit’. Alles staat klaar en je hebt er alle vertrouwen in. Klein minpuntje. Je staat vandaag wel met team Looney Tunes; zeg maar niet de slagorde waarmee je een goede strijd beslecht. Maar goed, iedereen instrueren en wachten op wat komen gaat. De gasten stromen vandaag binnen, jeetje, is toch niet normaal!

De gasten van de verjaardag stromen ook binnen. 50 man die, verdeeld over 2 uur, binnen komen druppelen. Eerst beginnen met taart en drankjes, dan soep, dan lunch en dan borrel. “Kan je even eten lopen?” zegt een collega achter me tegen mij. Dat gezeik er ook nog bij. “Neemt u lekker plaats, gebak en drankjes komen eraan. Ben zo weer bij u terug.” Waarop de gast zegt: “Rustig aan knul, geen haast.” Je rent je rot. Je ziet dat je bij moet springen in twee wijken omdat collega’s het niet trekken. Hier en daar deel je een sneer uit om ze aan te sporen sneller te werken. Ondertussen host je ook nog de groep. Kortom, hectiek en orde tegelijk. Gelukkig gaat alles met de groep op rolletjes. Het zijn hele aardige mensen en ze zijn zeer tevreden. Mooi, denk ik bij mijzelf. Ik gun mijzelf geen rust zodat ik allround kan bijspringen. Geen ontevreden gasten, das ook wel een keer fijn.

Het is 17.00 uur. Ik kijk om me heen. De partij is aan het afrekenen. Er komt een dame van de groep naar mij toe: “Jongeman, mag ik jou hartelijk danken voor de goede zorgen, timing, service en managing! Mijn gasten en ik waren meer dan tevreden. Een leuk compliment: “Graag gedaan mevrouw. Fijn om te horen dat alles meer dan naar wens was.” En vervolgens duwt ze een groot bedrag aan fooi in mijn handen.

Het is 18.00 uur, ik zwaai de laatste gasten uit. Ik kijk om mij heen. Nee, we zijn nog lang niet thuis. Ik kijk in de agenda voor morgen; weer een partij van 60 man. “Glaasje wijn?” Hoor ik achter mij. Ja doe maar. “LEKKER GEWERKT IEDEREEN!” is het laatste wat ik zeg voordat ik even ga zitten om uit te rusten.

Van de werkvloer: Waarom werken in de horeca zo leuk is

Werken in de horeca is vaak hard voor weinig, nooit chagrijnig. Hoorde laatst een gesprek tussen twee gasten waarvan ik een klein deel opving. “Snap jij dat Sandra? Dat je ervoor kiest na je 30e nog in de horeca te werken, of dat je überhaupt ooit in de horeca wilt werken?” Daar werd door de gesprekspartner op gereageerd met: “Nee, ik kan dat ook niet snappen. Je hebt dan toch helemaal geen toekomst perspectief?”

Vind het soms wel jammer dat sommige mensen het idee hebben dat in de horeca werken voor simpele, ongeschoolde, mensen is. Maar kan er inmiddels alleen maar om lachen en stap vrolijk op een nieuwe tafel af.

Als je in de horeca werkt krijg je veel voor je kiezen. Bij sommige gasten kun je gewoon niets goeds doen. Dan is het brood te donkerbruin, de koffie te slap en heb je niet op de kaart wat ze eigenlijk willen. De sport is dan dat ze alsnog met een lach de deur uitgaan. Maar bij sommige gasten denk je wel eens: ik ben jou liever kwijt, dan rijk.

Wat is zelf altijd heel leuk vind om te doen is te verrassen. Bij kinderen bijvoorbeeld extra chocola geven bij een gerecht waar niet standaard chocola bij zit. Of bij bepaalde desserts met cacaopoeder figuurtjes te maken. Of een keer tegen een vaste gast zeggen: “joh, je krijgt de koffie vandaag gewoon van mij. Gewoon omdat je altijd komt.”

Het is gewoon heel leuk om de horeca te werken. Als je een leuk team hebt dan merken je gasten ook dat de sfeer op de vloer gezellig en ontspannen is. Je merkt dan dat de gasten ook daarvan kunnen genieten. En dat is toch wel heel erg leuk. Dus laat die zeikerds maar zeiken, gelukkig dat zíj niet in de horeca werken!

Wil jij ook jouw bijzondere, grappige ervaring van de vloer of juist je trots delen met de lezers van WeareHoreca? Stuur dan jouw verhaal naar: info@wearehoreca.nl

Geen stijl, maar wel een drukke zaak?!

Herken je dat? Dat sommige horecazaken ram vol zitten terwijl je dineert onder een TL-buis. En waar de tafelkleden van papier zijn en de bediening echt te wensen over laat. Je kijkt om je heen en er blijven maar mensen binnen komen en ze wachten gerust. Het eten is wel verdraaid lekker. Peter van hiernaast, super mooie tent; ziet er gelikt uit. Helemaal leeg. Soms vraag ik mij dan echt af, hoe kan dit. Is het eten dan echt de doorslaggevende factor?

Wat ik zelf altijd heel fijn vind, en ik denk meerdere mensen met mij, is als de eigenaar op de vloer staat en als een echte gastheer/vrouw rond loopt om praatjes te maken. Misschien is dat de doorslaggevende factor voor gasten, maar misschien is het ook gewoon een kwestie van ‘zien en geloven’. Met andere woorden: waar gasten veel mensen zien zitten, dan gaan ze ervan uit dat het wel goed zit binnen.

Wat denk jij dat de succesfactor is voor een horecazaak? Want de standaard dat een combinatie tussen uitstraling, goed eten, goede bediening en locatie de perfecte combi is, staat ook niet altijd vast. Kwestie van geluk bij sommigen of is er toch sprake van een soort succesformule?

Van de werkvloer: Goedemorgen, seems to be the hardest word!

Je bent druk bezig bent met het openen van de zaak, met je IPod ingeplugd op volume 30 en kijkt even op je horloge ‘mmm.. heb nog 30 minuten’. Snel nog een paar dingen in gereedheid brengen voordat de eerste gasten binnen komen. Je draait de sleutel om in het slot, gooit de deur open en een frisse ochtend bries waait in je gezicht en laat je weten: “wij zijn open!”

Het duurt even voordat de eerste gasten arriveren. “Goedemorgen!” hoor je heel vrolijk achter je. Je draait je om en daar is de groenteboer. “Waar mag ik het zetten?” vraagt de beste man. “Als je een stukje verder door kan rijden dan hebben we eind van die gang de grote koelkast staan.” Okidoki!

Je draait je om en ziet dat er twee mensen plaats zijn gaan nemen aan tafel vijf. Je loopt er snel naartoe met een menukaart. “Goedemorgen!” Als antwoord krijg je: “Ja! Mogen wij twee cappuccino en de kaar… Ooh ik zie dat je de kaart al hebt.” Ok, twee cappuccino, komt eraan. Is jouw reactie.

Er komen weer een aantal gasten binnen. Ze begroeten je en vragen of ze plaats mogen nemen. Natuurlijk mogen ze plaats nemen. Even later komt er iemand binnen. Hij kijkt rond alsof hij in de ‘droomvlucht’ zit. “Goedemorgen meneer, kan ik u helpen?” Op dwingende manier antwoordt hij “Toilet!”. “Jazeker, einde van de gang rechts.” De man beent richting het toilet. Vijf minuten later loopt de beste man je niks zeggend voorbij: “Graag gedaan hoor en een fijne dag nog!” roep je de man na. De man kijkt om en kijkt je aan met een blik van ‘wat een brutaliteit om zo te roepen met een sarcastische toon’.

En weer arriveren er twee gasten die rondkijken alsof ze verdwaald zijn. “Goedemorgen, neemt u maar lekker plaats hoor.” Er wordt gemompeld: “Menukaart? Mmm… “. Tsja ‘Goedemorgen’ seems to be the hardest word!

Van de werkvloer: daar krijg je toch echt een fijn gevoel van

Het begin van vandaag valt tegen. Had het toch drukker verwacht. Maar nee, het is allemaal saai en stil. Je stopt het sopdoekje weer in de emmer en begint de plinten af te nemen. Soms zijn schoonmaakwerkzaamheden niet alleen noodzakelijk maar ook een prettige afwisseling op het werk. “Hoi Maurice” je ziet dat Erwin binnen is komen lopen. “Zooo, jij bent vrolijk! Altijd, altijd!” De andere collega’s druppelen binnen, de een vrolijker dan de ander. Zo ook met de gasten.

Soms zijn schoonmaakwerkzaamheden niet alleen noodzakelijk maar ook een prettige afwisseling op het werk.

Langzaam maar zeker wordt het drukker en nemen er steeds meer gasten plaats. Je kijkt even op je horloge 13.00 uur, lunch gaat beginnen, gaat er door je hoofd. Je stopt met je schoonmaakwerkzaamheden en gaat buiten op het terras lopen. Je neemt een diepe zucht en denkt, heb er zin in! Het gaat lekker en ieder geniet van zijn of haar lunch. Je vangt wat gesprekken op en je blijft je toch verwonderen over sommige verhalen van mensen. Grappig dat iedereen andere verhalen aan elkaar verteld, denk je. Maar helaas, het kan niet goed blijven gaan.

Degene met een allergie krijgt nu iets waar hij dood aan kan gaan.

Er gaan bij een aantal tafels dingen mis. De bestellingen zijn niet goed door gekomen. Te snel gehandeld waardoor er bestellingen door elkaar heen zijn gehaald. Degene met een allergie krijgt nu iets waar hij dood aan kan gaan. De ander die super veel zin had in een satéschotel krijgt nu een maaltijdsalade en degene die espresso had besteld krijgt nu een glas melk. Shit, denk je. Je loopt langs de tafels en biedt je excuus aan. “Helemaal mijn fout, gewoon verkeerd ingevoerd, had niet moeten gebeuren. Ga dit direct voor u recht zetten, kan ik in de tussentijd iets aanbieden?” Sommige gasten zijn meegaand, sommigen zijn erg boos! Als de sodemieter de schade herstellen en proberen de boze gasten toch vrolijk de deur uit te laten gaan. En dan na een tijdje, wanneer de rekening wordt gevraagd zeggen de twee boze tafels, maak er maar 40 euro van. Je rekent even: “Waauw dank u wel!” Vijf euro fooi. ‘Omdat je het zo fijn en goed hebt opgelost’ is het antwoord. Kijk, en daar doe je het voor!

Van de werkvloer: slechte start van de dag

Zit je dan op je fiets. Het is nog vroeg, nou ja vroeg.. kantoormensen zouden al ruim twee uur aan het werk zijn. Maar voor mij is het gewoon vroeg. Zomer, nou ik merk het. Terwijl ik een beetje in mezelf aan het mopperen ben komt de regen met bakken uit de hemel zetten. “Morgen aan het begin van de middag komen er opklaringen en is er ruimte voor de zon” weerkaatst de stem van de weerman van vanmorgen door mijn hoofd. Alleen met een onwijs zeurderige stem. Eerst zien dan geloven, denk ik bij mezelf.

Hehe, ik ben er. Ik draai de sleutel in het slot, doe de lichten aan en dan zie ik een tafel vol met vieze glazen, bakjes en nog meer rommel. Een half af gepoleerde bestekbak en overal kruimels op de grond. Ik begin hardop te schelden, “%#*@!%$, waarom wordt de naborrel niet gewoon opgeruimd!!! Al mopperend en vloekend begin ik alles op te ruimen. Ondertussen maak ik er een foto van met mijn mobiel en gooi die direct, ondersteunend door bepaalde woorden, in de groepsapp.

Kevin heeft weinig gewerkt, nou ja, we zullen hem niet missen.

Trrrrrinnggggg, de telefoon gaat over. “Restaurant de blije Engel met Maurice!” “Ja hoi met Yvonne.” Een zielig stemmetje aan de andere kant laat al raden dat er iemand zich ziek gaat melden. En ja hoor, Yvonne is ziek. Ik weet dat zij gisteren met Marc, Charlotte en Mike uit is geweest. Ik doe geïrriteerd en kortaf terug en hang op. Kan er ook nog wel bij. Snel kijk ik even op het rooster. Op zich nog genoeg man. Oh ja, Kevin vandaag zijn laatste dag. Kevin heeft weinig gewerkt, nou ja, we zullen hem niet missen. Het is lunchtijd en het loopt lekker door. “Kevin is er nog niet!” Hoor ik de manager schreeuwen. Dan zakt de hoop in mijn schoenen om op tijd naar huis te kunnen. Kevin gaat gewoon niet komen. En inderdaad, Kevin komt gewoon niet opdagen en laat mij en de andere collega’s stikken op een zaterdag terwijl Kevin ook nog moest sluiten. Nou ja, je kan niet altijd geluk hebben. Van collega’s moet je het maar hebben!

Van de werkvloer: Stoelendans

Vandaag, zaterdag, een goede werkdag. Het is goed druk, het stormt buiten en de gasten druipen als verzopen katten bij ons binnen. Snakkend naar een heerlijk kopje koffie en een lekkere lunch. Sommige gasten lopen als ‘navigatie’ systemen direct op een tafel af terwijl andere rondlopen alsof ze net uit een ‘telepoort’ zijn gestapt en niet zo goed begrijpen waar ze zijn.

“Goedemiddag dame en heer, hier alvast een menukaart. Vandaag hebben wij……” En zo neem je een aantal tafels op. Na een tijdje loop je de drankjes naar tafel 10. Heuh?! Waar zijn de gasten nou? “Joehoe!!! Ja wij zijn boven gaan zitten hoor.” Prima, je loopt naar boven, deelt de drankjes uit en verplaatst hun tafel. “Maurice, tafel 14?” Je collega staat met een vol dienblad jou vragend aan te kijken. Met wat stress in zijn ogen merk je dat je wel snel antwoord moet geven “Huh, ja geen idee, even kijken.” Je ziet dat de gasten nu aan tafel 50 zitten. “En tafel 22?” Grrrr…. Zullen we de muziek maar uitzetten? Dan stopt deze stoelendans ook tenminste! denk je bij jezelf. “ Tafel 22 zit nu hier boven aan tafel 100.” Roep je naar je collega.

Zullen we de muziek maar uitzetten? Dan stopt deze stoelendans ook tenminste!

“Ping, ping, ping!!!” de keuken loopt en je collega achter de drankjes ramt op de bel en veel gasten lopen nu binnen. ‘Oké, ik ga wel even eten lopen’ bedenk je. “ Meneer” hoor je achter je “Wij gaan toch liever beneden bij het raam zitten. Zou u onze spullen kunnen verhuizen.” MAURICE!!! ETEN LOPEN!! Hoor je van beneden. De gasten die zojuist vroegen of jij hun spullen kon verhuizen zijn al onderweg naar beneden. “Meneer, wij hadden een latte Macchiato besteld in plaats van een cappuccino!”

“Ping, ping. Heeft u een tafel voor 2?” Wordt het zo’n dag? Ja, het wordt zo’n dag. Scheen de zon maar dan was iedereen meer opgewekt, vrolijk en geduldig. Maar ja, dit maakt werken in de horeca dynamisch en uitdagend. MAURICE!!! Jaaahaaa, ben onderweg jongen!

Horeca ervaring: verhalen uit de praktijk

Van de werkvloer: lol bij het koffiezetapparaat

Vandaag is het wel een heel erg benauwde dag. Misschien wel te warm om te werken. Het terras is heel rustig. Waar het normaal tijdens de lunch vol zit met gasten, vind je er nu drie tafels. Je maakt je niet druk want niemand doet dat met dit weer. De gasten die komen zijn lekker gezellig aanwezig en je hebt tijd om hier en daar praatjes te maken. Binnen is het lekker koel want de airco staat te draaien. En je andere collega’s? Die staan bij het koffiezetapparaat..

Als een groep jongeren die samenscholen op de hoek van een straat, staan je collega’s daar bij het apparaat. “ Yo heb je gehoord dat Sandra gisteren met Bart mee naar huis is gegaan?!” Nee, dat meen je niet!” “Ja echt…” “Ja mensen, gaan we nog even wat anders doen dan met ze alle pauze houden bij het koffiezetapparaat?” Hoor ik achter me vandaan komen. Iedereen stuift weg. “Michael, hier is de schoonmaaklijst, ga jij daarmee aan de gang. Julia, jij let op het terras en….” De manager geeft iedereen een duidelijke taak. Ik mag bijna stoppen het is toch heel rustig. Moet even wachten op James. Hij is nu met pauze maar als hij klaar is kan ik stoppen. “ James, wel door eten he?! Dan kan ik zo stoppen” Ja, ja! Hoor ik van boven. “Ik ben boven even wat administratie doen” roept de manager. Ja, is goed! Wordt er geroepen.

Hebben jullie het geheugen van een goudvis? Waarom staat iedereen weer bij het koffiezetapparaat?

Ik loop even wat drankjes naar een tweetal tafels op het terras. Ik kom binnen en ik zie dat de vergadering bij het koffiezetapparaat weer hervat is. “Nee maar echt! We gingen gisteren naar huis en Sandra… OMG, Philly, heb je gehoord dat…” De telefoon gaat. Restaurant Vlieger met Karin: “Hebben jullie het geheugen van een goudvis? Waarom staat iedereen weer bij het koffiezetapparaat?” Karin kijkt ons met een dringende blik aan. En aan haar antwoorden begrepen wij dat het de manager is die ons op de camera in de gaten houdt. Iedereen stuift van het koffiezetapparaat weg alsof ze van iets ergs schrikken. Dan komt Sandra binnen gelopen, fooi ophalen. Iedereen begint te lachen. “En?! Was het laat geworden bij Bart? Of juist vroeg?” Sandra gaat bij het koffiezetapparaat staan. Maar niemand durft er echt bij te gaan staan. Snel voorbij lopen en wat toeroepen. Want het koffiezetapparaat is geen hangplek.