Van de werkvloer: Kunnen we apart betalen?

Wederom een heerlijke dag. Een perfecte dag om een heerlijk verfrissend biertje of wijntje te consumeren in de zon op het terras.

Er zijn veel toeristen in de stad en overal hoor je de muziek uit de ramen van de huizen aan de grachten. De zon brandt op je huid, het zweet parelt op je voorhoofd. “Ting, ting, ting!!” je kan nog net jezelf en je dienblad met vier biertjes terug trekken voor een fietser die zo hard rijdt dat het lijkt alsof hij door de politie achtervolgd wordt. Gelukkig ging het goed.

Je ziet de rekening door de hele rij van 17 man gaan en de verwarde uitdrukking op hun gezichten vertelt jou dat je voorlopig nog niet klaar bent met afrekenen.

“Hallo meneer, heeft u plaats voor 19 man?!” vraagt een mevrouw aan je. “Tuurlijk, alleen gaat het buiten niet lukken, we hebben binnen nu en 30 minuten geen tafel vrij, wel binnen.” Dat is prima, zegt de mevrouw. “Mike, groep van 19, Nederlands. Ja, top! Ik breng ze de menukaart!” Een gezellige groep, geen gekke bestellingen. Een droomgroep. Alles loopt vandaag ook zo lekker. Het wordt drukker en er gaan meer mensen binnen zitten. “Iedereen even een tandje bijzetten a.u.b. en blijf gefocust!” Hoor je Mike roepen. Na 1,5 uur komt dezelfde mevrouw, die vroeg om een tafel voor de groep, naar je toe en geeft aan graag de rekening te willen. “Zeker mevrouw, ik kom de rekening naar uw tafel brengen.” Waarop mevrouw zegt: “Ik kom zo wel even voor aan de kassa afrekenen, is dat goed?” Natuurlijk mevrouw. Je loopt alvast richting de kassa die voor in de zaak staat.

Opeens zie je de gehele groep opstaan en richting de kassa lopen. “We willen graag alles apart afrekenen. Melanie, begin jij maar, wat had jij? Ik had volgens mij een limonade en…. Piet, had jij nou ook de Caesar Salade?” Je ziet de rekening door de hele rij van 17 man gaan en de verwarde uitdrukking op hun gezichten vertelt jou dat je voorlopig nog niet klaar bent met afrekenen. “Michelle, wil jij tegen Mark buiten zeggen dat het even wat langer gaat duren voordat ik weer buiten op het terras loop.” Je kijkt weer naar de groep en ziet dat Melanie weet wat ze moet betalen. ‘Nog 16 te gaan…..’ denk je.

Van de werkvloer: Rustige dag en lekker op tijd weg, dacht je..

Een rustige ochtend/middag is geen garantie voor een rustige namiddag

Vandaag een rustige dag op werk. De ochtend begon rustig. Aantal gasten over de vloer gehad voor een kop koffie met een gebakje. Wat tijd gehad om schoonmaak werkzaamheden te verrichten en een praatje te maken met wat gasten.

De lunch staat voor de deur en je merkt dat de zaak wat voller begint te lopen.

“Ping, ping, ping” ooh ja, die bel bevestigt maar weer even dat je moet omschakelen van “relaxed” naar “rennen”. Je kent het wel, je zit helemaal in je “modus” en het team draait als een machine. “Sandra gaat al stoppen, sta jij nu terras, ok?!” Sandra gaat al stoppen? Deze woorden laten je ontwaken uit je roes en je kijkt om je heen. Binnen twee tafels, terras 4 tafels, horloge zegt: 14.00 uur?! Huh? Al 14.00 uur, nou dat was een korte lunch. Het wordt ook niet meer drukker, de zon draait wat van het terras en de manager besluit om toch wat kosten te besparen en drie collega’s vroeg naar huis te sturen. Het is 15.30 uur en nog een drukke lunch zit er de aankomende 2,5 uur ook niet meer in. “We redden het echt wel met drie man in de bediening” Jaa. Tuurlijk! Het geavanceerd systeem in je hoofd verlaagd code oranje naar code “chill, lekker vroeg sluiten en naar huis!” Een collega sprint even naar het toilet: “Ik ga even een vriendin appen dat we vroeg klaar zijn om een hapje te pakken in de stad” Je glimlacht en begint met wat sluit werkzaamheden. 17.00 uur, nog een uur en slechts twee tafels bezet, schiet lekker op met sluiten, echt heerlijk weer zo’n dag ertussen sinds lange tijd. Maar dan…

Je hoort de deur open gaan en dan weer dicht, en dan nog een keer en nog een keer, en voor je het weet zit om 17.20 uur de tent goed vol en stroomt de ene helft van het terras vol. Je voelt het, je lichaam begint te protesteren, collega’s die al vroeg mochten stoppen kijken je van het terras aan, drinken snel hun drankje leeg en zwaaien gedag. Sta je dan, twee man nog, collega’s die al gestopt waren rennen weg of, in het ergste geval, lachen je toe met een lach van “Woow, ben ik op tijd gestopt zeg!”

En jij? Je gooit die knop om met een glimlach van oor tot oor en denkt alleen…”Serieus, de hele dag, de hele dag en dan komt iedereen 40 minuten voordat de tent sluit.” Maar ja, dat is ook horeca.

Van de werkvloer: als gasten jou een sneer na geven

“Dit zijn niet de drankjes die wij hadden besteld”!

Soms maakt het eigenlijk niets uit of je het allemaal goed doet. Er is altijd wel wat te zeiken. Natuurlijk hoort dat ook wel bij de horeca. Maar al doe je nog zo je best, het wil gewoon niet meer lukken.

Je kent het wel. Aan het begin gaat het al mis. De gasten zitten al een tijdje maar hebben nog geen kaart gekregen. Ok, dat is al iets. Je neemt de drankjes op maar voert ze verkeerd in. Vervolgens worden de gasten nog meer geïrriteerd want het duurt ook nog eens heel lang voordat de drankjes op tafel zijn. Je maakt je excuus en gaat direct bij je collega kijken wat de status is. Je andere collega loopt net met het dienblad weg. Pfff, denk je, hoop dat dit het laatste was bij deze tafel.

Maar helaas! Dezelfde tafel wenkt jou weer. Nu zijn ze behoorlijk geïrriteerd: “Dit zijn niet de drankjes die wij hadden besteld!” Je kijkt naar de drankjes en je moet concluderen dat dit zo is. Je biedt je excuus aan en je geeft aan dat ze de drankjes van het huis krijgen. Gelukkig gaat het met de gerechten wel goed. Aan het eind kom je nog even naar de tafel toe om te vragen of alles naar wens is geweest. Daarnaast bied je nogmaals je excuus aan voor het lange wachten aan het begin. Ze knikken instemmend en geven aan dat alles verder prima was.

Maar dan komt het. Een van de mensen aan die tafel zegt nog wel even tegen je: “Ik ben de oom van Pieter, Pieter is de eigenaar. Ik ben wel erg ontstemd over de situatie. Het had allemaal niet zo hoeven te lopen. Ik ga dat wel even met Pieter bespreken.” “Dat is helemaal prima”, is jouw antwoord. En je glimlacht en je loopt weg. “Ik ken Pieter echt al heel lang”, hoor je de beste man nog zeggen tegen zijn tafelgenoten. Ik denk alleen maar, leuk voor je dat je Pieter al heel lang kent! Ik hoop dat Pieter jou ook heel lang kent. Mij kent Pieter in ieder geval ook al heel lang.

Van de werkvloer: Horeca, meer dan een bijbaan

Horeca is voor mijn gevoel een ondergeschoven kindje. Mensen associëren horeca vaak met: “dat is werk voor mensen zonder diploma, mensen die niet slim zijn, die geen ambitie hebben, die nergens anders aan de bak komen of dé bijbaan voor naast de studie.” Maar is dit ook zo? Iets wat er simpel lijkt uit te zien, betekent niet dat iedereen het maar kan doen! Ik heb zelf een rechten studie achter de rug. Maar ik heb mijn hart verloren aan de horeca. Maakt mij dat dan iemand die toch nooit aan de bak komt als advocaat? Die niet weet wat hij wil? Of iemand die passie heeft voor een vak en juist weet waar hij voor wil gaan?

Multitasking is, in de volksmond, weggelegd voor vrouwen. Zij kunnen meer dingen tegelijk. Horeca is meer dan multitasking. Stel je voor: je zit op kantoor en je hebt vandaag vijf potentiële leads die bij jou op kantoor komen. Je hebt niet veel tijd want de vijf afspraken komen vlot achter elkaar. Afspraak één is er al. Terwijl je bezig bent zie je na tien minuten afspraak twee uit de lift komen. Ondertussen gaat de telefoon. Een klant wil graag nog vragen stellen over het product dat hij wil kopen. Je collega loopt binnen en geeft aan dat de volgende afspraak er al zit en wat zij ermee moet doen. Afspraak één heeft ook nog een paar vragen. En je ziet op de klok dat je moet afronden wil je nog tijd hebben voor de wachtende afspraak, maar je wil ook dat deze afspraak je product koopt. Niet zonder deal de deur uit.

Nee, op deze manier zal het in de “normale business” niet gaan. Maar voor de horeca is dit de dagelijkse realiteit. Iedere gast is een betalende gast en neemt, als ze tevreden zijn, nieuwe gasten mee. Je wilt iedere gast goed behandelen en ze helpen de juiste keuzes te maken. Of wat extra te laten bestellen zodat ze net iets meer besteden dan gedacht. Maar je ziet in je ooghoek dat er meerdere tafels in jouw wijk zijn aangeschoven. Je collega komt dat ook nog even melden. De telefoon gaat en die moet ook beantwoord worden. En je gasten?! Die wil je zeker niet onnodig lang laten wachten, maar wel tevreden de deur uit zien gaan. Horeca is keihard werken, analytisch zijn, mensen kunnen aanvoelen, een toneelstuk waarbij de gast het publiek is, multitasking, ervoor zorgen dat keuken en bediening als een machine werken, problemen oplossen naar tevredenheid, sales en het is bovenal een ambacht wat zeker niet onderschat mag worden.

 Is iedereen dan geschikt voor de horeca? Nee zeker niet. Je personeel kan je zaak maken of breken. Aan de managers en eigenaren de schone taak een sterk team neer te zetten, op te leiden en te managen. Misschien soms ook durven zeggen: horeca is niet jouw ding. Ga ik dan ooit nog iets met mijn rechtenstudie doen? Wie weet wat de toekomst brengt.

Van de werkvloer: Wat een dag!

Het is vandaag een super drukke dag. De vakanties zijn weer begonnen en dat is te merken ook. Veel mensen doen de stad Amsterdam aan. Het wordt weer ouderwets zigzaggen tussen de tafels door. “Wij kunnen hier vast wel met 9 man plaats nemen he?” Je kijkt naar de tafel en je ziet dat de andere helft van de groep de toko al verbouwd heeft. “Ja hoor, tuurlijk, neem lekker plaats.” Gelukkig kan je via het andere stukje doorgang nog lopen.

“Richard, dit gaat zo niet werken he!” Hoor je achter je. Voordat je nog iets kan zeggen zie je dat een gezin aan een ander tafeltje plaats heeft genomen en hun kinderwagen half op het looppad heeft geparkeerd. “Sorry mevrouw, maar zou u de kinderwagen ergens anders kunnen parkeren?” Ik heb de wagen nodig voor de baby, is het antwoord. Je legt vriendelijk uit dat het nu niet meer mogelijk is om hiertussen te lopen om de andere gasten te bedienen. “Misschien is het een idee om aan die tafel te zitten?” Er komt een flinke zucht over haar lippen en het gezin besluit op te staan en naar de andere tafel te lopen.

Voordat je verder wilt lopen naar de nieuwe tafel voel je een doffe klap tegen je been aan. Vervolgens hoor je een hard gehuil. Je kijkt naast je en je ziet dat een klein kindje tegen je is aangerend en gevallen. Eigenlijk kan het je niet veel schelen want je hebt al een aantal keer gezegd dat het hier geen speelparadijs is. Aaah, gaat het? Is het enige wat je zegt en je loopt door.

Zo snel als het druk is geworden, zo snel kan het ook weer leeg lopen. Het lijkt erop alsof iedereen tegelijk wilt afrekenen. “Is alles naar wens geweest?” En dan krijg je een hele toespraak over je heen dat het niet te eten was. Het gekke is dat zij hier niets eerder over hebben gezegd en alles hebben opgegeten. “Meneer, waarom had u niets gezegd over het eten toen ik langs kwam om te vragen of alles naar wens was?” Meneer mompelt wat onverstaanbaars en zegt alleen nog: “wil graag pinnen!” Nou, het was me wel weer een dag zeg! Zeg je tegen je collega die eventjes is gaan zitten met een wijntje. De deur in het slot horen draaien is dan het fijnste geluid wat je vandaag hebt gehoord.

Van de werkvloer: collega’s die een pepertje nodig hebben

Het is weer eens zover. Het is zaterdag, de vakanties zijn in alle hevigheid losgebarsten. Gezinnen trekken als volksstammen aan de zaak voorbij. Je hoort de hoge tonen van het kroos door de ramen en muren heen. Je kijkt even om je heen en je beseft dat het binnen eigenlijk geen haar beter is. Team Looney Tunes denk je. Nee wat? Hoor ik nu ook nog het liedje van Looney Tunes in mijn hoofd. Het moet niet gekker worden. “Goede morgen!” hoor je ineens. Verward kijk je op en ziet dat er een aantal gasten binnen komen. “Goedemorgen!” is je antwoord.

Je loopt de zaak door en ziet dat er een aantal collega’s gezellig bij de pas staan te kletsen. “Ja, heb uit geklokt? Heb je pauze? Tafel 20 is nieuw en tafel 13 wil graag geholpen worden! Schiet op!” De collega’s stuiven uiteen. Ting, Ting, Ting! “Waar is Joke? Die loopt toch drankjes?” Je kijkt in het rond en daar komt Joke van boven naar beneden gelopen. Lopen is eigenlijk nog een groot woord; eerder in een soort slow motion houding komt ze aan. “Joke, problemen met je motoriek?”

Je kijkt in het rond en daar komt Joke van boven naar beneden gelopen. Lopen is eigenlijk nog een groot woord.

Je hoort de deur open gaan en daar komt Chris binnen. Dan besef je echt dat het vandaag een zure dag gaat worden. Chris is zo’n type die je de hele tijd achter zijn kont aan moet zitten. Is net zo’n speelgoedje dat je opwindt en wanneer het sleuteltje uitgedraaid is dan moet je hem weer opnieuw opwinden. Doet niets uit zichzelf. Het wordt drukker en drukker. Precies wat je vandaag wilt hebben met zo’n team: NOT.

De gasten zijn lekker ontspannen vandaag. Ze zijn vriendelijk en je hebt een paar leuke gesprekken. Maar natuurlijk gaat er ook veel fout. Je voelt je net een politieagent vandaag. Staan ze weer te chillen bij de pas, denk je dan. Dan maar weer bitchen op ze. Daar komt Joke weer voorbij gestrompeld alsof ze meubels aan het uitzoeken is voor haar nieuwe huis. “Frank, waar is tafel 13 ook alweer?” Nu word je echt pissig: “Chrissssss!!!!! Kom op he! Hoe lang werk je hier nu al?” Idioot! Kon ik maar bij iedereen peper in zijn of haar reet duwen. Was deze dag maar voorbij.

Bron

Van de werkvloer: overtref de verwachting van je gast

Het werken in de horeca is niet alleen maar op de automatische piloot je werk doen. Nee, het is juist nog mooier wanneer je de verwachting van je gasten overtreft. Zo hadden wij met kerst aan onze vaste gasten leuke items van het huis gegeven met een kaartje om ze te bedanken dat ze het afgelopen jaar zo vaak bij ons zijn geweest. De gezichten en de bedankjes/waardering waren priceless.

Vandaag is het wederom een drukke dag. Ondanks de kou en de regen komen de gasten als hongerige wolven bij ons binnen. Gelukkig is het bij ons lekker warm. De koffies, thee en de warme chocolademelk vliegen als broodjes over de toonbank. Wij hebben ook heerlijke zelfgemaakte taarten in het assortiment. Deze zijn vandaag, op een of andere manier, extra gewild. Het gaat hard.

Je maakt met een paar gasten gezellig een praatje. Sommigen zijn er voor het eerst en hebben geen idee wat ze moeten bestellen. Je stelt  voor een lekker menu voor ze samen te stellen. Vinden ze een fantastisch idee. Ik vraag nog even of ik ergens mee rekening moet houden. “Nee hoor, verras ons maar.” is het antwoord. Na een tijdje kom ik het menu bij de tafel uit serveren. Ik vertel ze wat er voor hen op tafel ligt en ze beginnen te eten. Ik kijk op mijn horloge en ik zie dat we alweer richting sluit gaan. Veel gasten vragen om de rekening en, alsof ze het allemaal hebben afgesproken, en lopen bijna allemaal gelijktijdig de deur uit.

Die ene tafel waar ik het menu voor mocht samenstellen komt na ruim een half uur naar mij toe. “Meneer, het was voortreffelijk! Dat heb je heel goed uitgezocht voor ons!” Ik geef aan dat ik blij ben te horen dat het in de smaak is gevallen. Terwijl meneer wacht tot zijn vrouw klaar is om naar buiten te gaan zie ik hem bij de taarten kijken. “Goh, wat ziet die cheesecake er heerlijk uit zeg! Ben gek op cheesecake, volgende keer neem ik die.” Ik weet het, dat is een van mijn favoriete taarten hier! Meneer lacht. Ik zeg tegen meneer: “Weet u wat, neem die halve cheesecake maar mee. Krijgt u van mij!”

Eindstand: meneer was zo blij verrast dat ik 10 euro fooi, op de valreep, in mijn hand geduwd kreeg en een paar dagen erna was meneer er weer maar had vrienden meegenomen. Hij vertelde dat hij zijn vrienden graag wilde laten zien waar hij laatst zo lekker had gegeten en waar de bediening super is.
Een groter compliment kan je niet wensen, toch?!

Van de werkvloer: Knallen en doorgaan..

Op de werkvloer is het een kwestie van knallen en doorgaan!

Je klokt vandaag in met de wetenschap dat je eigenlijk niet eens weet hoe laat je klaar bent. Eigenlijk wel gek dat wij dat hebben in de horeca. Trouwens, volgens mij kennen meerdere branches dit euvel. Vandaag heb ik er extra zin in. Waarom, ik weet het niet. Gewoon zin vandaag. Misschien wel om een record omzet te gaan draaien op deze zaterdag. Soms heb je dat gewoon, er hangt iets in de lucht, of tussen je oren, en dan wil je gewoon dat het gigantisch druk wordt. Nou, mijn wens is in vervulling gegaan.

Op het moment dat ik binnen stap zie ik mijn collega’s rondrennen. “Ja vriend! Snel omkleden en gelijk beginnen” wordt mij toegeroepen. “Wil je alvast een koffie zwart voor mij klaar zetten?” Roep ik naar mijn collega achter de koffie. Ik zie dat hij alleen een duim omhoog doet. Komt vast wel goed met mijn koffie, denk ik bij mijzelf. De dag verloopt als een trein en het lijkt erop alsof er geen stop aan gasten komt. Na een paar uur merk je dat het alweer donker wordt buiten, je maag begint te knorren en je weet: vandaag geen lunchpauze voor mij. Het liedje van de reclame ‘het houd niet op, niet vanzelf!’ Galmt door mijn hoofd en ik roep naar een collega: “sms STOP DRUKTE AAN naar 6232”

Ik zie dat het al 16.45 uur is. De opendiensten lopen ook nog rond. Liepen ze maar rond. In plaats van dat hoor ik alleen maar gezeur. “Kan ik al stoppen?! Ik heb weer honger! Ik moet echt uiterlijk 17.00 uur weg want ik heb met een vriend(in) afgesproken! Ik ben opendienst hoor, ik sta tot 15.00 uur op het rooster” En dan hoor je ineens: “Eindtijd is maar een richttijd, en vooral op zaterdag moet je niet zo vroeg met vrienden afspreken. Ga er maar vanuit dat je altijd langer door moet” Pfffff…. Hoor ik ze zuchten. Ik haal mijn schouders op en denk bij mijzelf: Wat een piepers zeg! Even een paar uur langer door werken en ze zijn van slag. De manager komt naar mij toe: “Goed nieuws! We hebben een record omzet te pakken!” Top nieuws, daar lever ik wel mijn lunchpauze voor in!

Van de werkvloer: Watten in je hoofd

Je hebt soms van die dagen dat je gewoon niet erg scherp bent. Je kan de vinger er niet op leggen maar het gaat niet lekker. Niet dat je dienbladen uit je handen laat vallen. Alhoewel..

Ik heb wel eens meegemaakt dat het zo druk was dat de collega die drankjes maakte alleen maar op de bel stond te rammen. Daar kwam ik aangelopen: “Kees! dienblad lopen deze tafel wacht al veel te lang op zijn drankjes”. Ik pakte snel het dienblad en liep als een malle naar de desbetreffende tafel en terwijl ik daar kom zeg ik nog: “Goedemiddag sorry dat het zo lang duurde…..” en wanneer ik het eerste drankje eraf pak, kantelt het dienblad met als gevolg dat alle drankjes op de grond liggen. Gelukkig niet over de gasten heen en gelukkig is deze tafel relaxt en vinden ze het eigenlijk heel vervelend voor mij. Ik maak duizendmaal mijn excuus en sluit af met de zin: “Nu moeten jullie nog langer wachten op jullie drankje.” Je kunt begrijpen dat mijn collega van de drankjes niet bepaald blij was met mijn mededeling.

Maar soms heb je dus van die dagen dat het niet lekker gaat. Je loopt naar een bepaalde tafel met eten met de overtuiging dat je bij de juiste tafel staat. Je noemt de gerechten die je in je handen hebt op, maar de gehele tafel kijkt je wazig aan. In eerste instantie vreet jij je van binnen op: jeetje zeg, kan je niet eens de naam “CAESAR” salade onthouden? Nadat niemand aanslaat op de gerechten die je opsomt loop je vet geïrriteerd terug naar het uitgifteluik om daar te horen te krijgen dat je de verkeerde gerechten hebt meegenomen, en dat tafel 15 nu een koud hoofdgerecht heeft.

Of dat je met een dienblad met drank bij tafel 10 staat en je somt alles op. Hier is ook niemand die zijn drankjes herkent. Naast je hoor je een tafel roepen en zwaaien: “Ja meneer, hier zo! Hoehoeeee!!” En jij maar denken: kunnen zij niet even wachten? Ze zien toch dat ik bezig ben met drankjes naar deze tafel te brengen? Uiteindelijk besluit je dit roepend ‘publiek’ niet langer te negeren. Je loopt naar de tafel toe met de drankjes op het dienblad om er vervolgens achter te komen dat ze proberen te helpen door te zeggen dat zij die drankjes hadden besteld. Je kijkt even naar beneden op het dienblad en ziet een verfrommeld papiertje met tafelnummer 12 erop. Pffff, wordt het zo’n dag? denk je dan…

Van de werkvloer: ongeïnteresseerde collega’s

Vandaag eens niet een verhaal. Maar irritaties, niet aan gasten, maar aan collega’s. Je kent het wel. Je bent druk aan het werk. Je rent van hot naar her en je hebt altijd een collega die ertussen loopt alsof de zaak leeg is en zo gaat sluiten.

De grootste irritaties van collega’s op de werkvloer:

1. Slome collega’s die geen tandje bij kunnen zetten en altijd alles weer opnieuw vragen.. heb je dan echt niks geleerd?

2. Slechte mise & place.. ontzettend balen als jij begint op je werk en ziet dat er maar een halve voorbereiding is. Dit wordt een zware avond, en bedankt!

3. Collega’s die liever niet in het weekend werken of drukke avonden en jij wel.. en op een of andere manier lukt het ze dan ook altijd om vrij te zijn.

4. Sluitdrankjes niet opgeruimd.. als je een ochtendhumeur hebt, dan wordt dat niet beter na de aanblik van de rommel.

5. Collega’s die altijd maar vrienden uitnodigen om langs te komen en dan rustig gaan kletsen aan de tafel met vrienden.. ja hallo, hier wordt gewerkt hoor!

6. Bestek is niet gepoleerd.. En vervolgens krijg jij de manager op je nek dat het niet gebeurd is.

7. Collega’s die er net een paar maanden werken en doen alsof ze al tijden bij de groep horen door baasje te spelen en dingen te doen die je pas mag doen als je er veel langer werkt

8. Geen tafels indekken na het opnemen van bestelling.. Zodat jij daarna met je volle handen nog even alles mag dekken voor de gasten.

9. Collega’s die nooit willen ruilen met een ander.. maar als ze zelf vrij willen dan verwachten ze dat een ander wel wil ruilen.

10. Collega’s die amper lachen en ongeïnteresseerd naar gasten doen.. dan weet je tenminste waar die recensie vandaan komt over personeel dat amper interesse toont.

Wat missen jullie nog in het lijstje?