Fun & Facts

Horeca Duur?

‘Horeca duur?’

Ramona Nijssen uit Schoorl hoort regelmatig gasten (en media) klagen over de prijzen in de horeca. “Voor de prijs van één glas bier kan ik in de supermarkt wel drie blikjes kopen!” Als boekhouder en adviseur voor horecaondernemingen voelt zij de behoefte hier een en ander te weerleggen over dit veel besproken biertje.

“Wie heeft het niet gedaan, de rekening die je van de bedieningsmedewerker ontvangt, even snel vermenigvuldigen met het aantal bezette tafels van dat restaurant op dat moment, om zo vervolgens, al dan niet hardop, te bedenken dat er in dit restaurant wel goed geld wordt verdiend. Nog erger, mensen die de prijzen op de kaart hardop omrekenen naar de gulden, met de welbekende dooddoener dat je vroeger toch niet bedenken kon dat je ooit meer dan vijf gulden voor een biertje zou betalen.

Toegegeven, sinds de invoering van de euro zijn de prijzen in de horeca gestegen. Zoals de prijzen in elke branche. Maar vanuit mijn werk als boekhouder en adviseur voor horecaondernemingen, ben ik goed op de hoogte van het financiële wel en wee van de horecaondernemers, en voel ik toch de behoefte een en ander te weerleggen.

Even voor de beeldvorming, een kleine rekensom van het al veelbesproken biertje. Stel, verkoopprijs, 2,50 euro. Hier gaat van af (blijf erbij, niet afhaken!): 21% btw, een derde personeelskosten, een derde inkoop, een tiende huur. Dit zijn gewoon de standaard verhoudingen waar iedere gemiddelde restaurateur mee te dealen heeft. En dan noem ik nog de wenselijke percentages, want bij mismanagement of tegenvallende omzetten valt dit alles nog negatiever uit.

Goed, even rekenen, blijft tot dusver over 0,50 euro per verkocht biertje. Hiervan moeten nog diverse kosten worden betaald, hier uit de losse pols een paar voorbeelden: (hoge) energiekosten, reclamekosten, onderhoud, abonnementen, (steeds maar stijgende) gemeentelijke belastingen, accijnzen, afschrijvingen, telecommunicatie, verzekeringen, inrichting, automatisering, bedrijfskleding etc. Over het algemeen komt dit neer op zo’n 15-20% van de omzet, maar ik wil het niet aandikken, dus we stellen dit even op 15%. Dit geeft als winstmarge op het biertje dus een bedrag van ongeveer 0,19 euro.

Van deze luttele 0,19 euro moet dan nog worden afgelost op leningen, maar stel nou dat dit de pure winst zou zijn op een biertje. Dan moet de ondernemer in het geval van een vennootschap onder firma met twee vennoten deze winst nog delen, ieder afgerond 0,10 euro. Na diverse fiscale aftrekposten en de te betalen belastingen, blijft er onder aan de streep dan hopelijk nog zo’n 6 à  7 cent winst per vennoot over. En dit is dan nog een bestcase scenario.

Voor deze 7 cent winst zit je in een aangeklede waarschijnlijk sfeervolle zaak, brandt de kachel, is er wifi beschikbaar, wordt je bestelling opgenomen, gemaakt en gebracht. Het gerecht of drankje dat je hebt genuttigd, heeft dan al veel processen doorlopen. Wenselijk wordt jouw bestelling je gebracht met een glimlach en een vriendelijk woord van de gastheer of gastvrouw en beleef je het als een prettige ervaring. Dé toegevoegde waarde.

Bottomline, de door de gast veelal als te hoog beoordeelde verkoopprijzen in de horeca, verdwijnen niet netto in de beurs van de restaurateurs. Mijn verzoek, denk nog eens aan bovenstaand rekensommetje als je de neiging voelt opkomen tot klagen over deze prijzen in de horeca.”

Bron: Horeca Duur?